1 Kronieken 8:9

Statenvertaling (States Bible)

En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Joab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    10En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.

    11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 1 Kron 8:7-8
    2 verzen
    82%

    7En Naaman, en Ahia, en Gera; dezen voerde hij weg; en hij gewon Uzza en Ahihud.

    8En Saharaim gewon kinderen in het land van Moab (nadat hij dezelve weggezonden had) uit Husim en Baara, zijn vrouwen;

  • 76%

    35De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.

    36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

    37En Moza gewon Bina; zijn zoon was Rafa; zijn zoon was Elasa; zijn zoon was Azel.

    38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

  • 76%

    42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

    43En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.

  • 8En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.

  • 74%

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

  • 19Dewelke hem zonen baarde, Jeus, en Semaria, en Zaham.

  • 72%

    30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,

    31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

    32En Mikloth gewon Simea; en dezen woonden ook tegenover hun broederen te Jeruzalem, met hun broederen.

    33Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.

  • 72%

    36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.

    37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

    38Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.

    39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.

  • 2En hem werden zeven zonen en drie dochteren geboren.

  • 18Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

  • 2En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.

  • 19En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

  • 26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • 18Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.

  • 8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.

  • 37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  • 11En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.

  • 2En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 15Machir nu nam tot een vrouw de zuster van Huppim en Suppim, en haar naam was Maacha; en de naam des tweeden was Zelafead. Zelafead nu had dochters.

  • 6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

  • 9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;

  • 22En Ebal, en Abimael, en Scheba,