1 Kronieken 1:17

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 10:22-32 : 22 Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram. 23 En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz. 24 En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber. 25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan. 26 En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach, 27 En Hadoram, en Usal, en Dikla, 28 En Obal, en Abimael, en Scheba, 29 En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan. 30 En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten. 31 Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken. 32 Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.
  • Gen 11:10 : 10 Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.
  • Gen 14:1 : 1 En het geschiedde in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, van Arioch, de koning van Ellasar, van Kedor-Laomer, de koning van Elam, en van Tideal, den koning der volken;
  • Num 23:7 : 7 Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
  • Num 24:22-24 : 22 Evenwel zal Kain verteerd worden, totdat u Assur gevankelijk wegvoeren zal! 23 Voorts hief hij zijn spreuk op, en zeide: Och, wie zal leven, als God dit doen zal! 24 En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.
  • Ezra 4:2 : 2 Zo kwamen zij aan tot Zerubbabel, en tot de hoofden der vaderen, en zeiden tot hen: Laat ons met ulieden bouwen, want wij zullen uw God zoeken, gelijk gijlieden ook hebben wij Hem geofferd sinds de dagen van Esar-Haddon, den koning van Assur, die ons herwaarts heeft doen optrekken.
  • Ps 83:8 : 8 Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.
  • Jes 11:11 : 11 Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrie, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee.
  • Jes 21:2 : 2 Een hard gezicht is mij te kennen gegeven: die trouweloze handelt trouwelooslijk, en die verstoorder verstoort; trek op, o Elam! beleger ze, o Media! Ik heb al haar zuchting doen ophouden.
  • Jes 22:6 : 6 Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.
  • Jes 66:19 : 19 En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
  • Jer 25:25 : 25 En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;
  • Ezech 27:10 : 10 Perzen, en Lydiers, en Puteers waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.
  • Ezech 27:23 : 23 Haran, en Kanne, en Eden, de kooplieden van Scheba, Assur en Kilmad, handelden met u.
  • Ezech 32:22 : 22 Daar is Assur met haar gansen hoop, zijn graven zijn rondom hem; zij zijn allen verslagen, gevallen door het zwaard;
  • Ezech 32:24 : 24 Daar is Elam met haar ganse menigte rondom haar graf; zij zijn allen verslagen, de gevallenen door het zwaard, die onbesneden zijn nedergedaald tot de onderste plaatsen der aarde, die hun schrik hadden gegeven in het land der levenden; nu dragen zij hun schande met degenen, die in den kuil zijn nedergedaald.
  • Dan 8:2 : 2 En ik zag een gezicht, (het geschiedde nu, toen ik het zag, dat ik in den burg Susan was, welke in het landschap Elam is) ik zag dan in een gezicht, dat ik aan den vloed Ulai was.
  • Hos 14:3 : 3 Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 10:21-24
    4 verzen
    89%

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

    22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

    23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

    24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  • 86%

    22En Ebal, en Abimael, en Scheba,

    23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

    24Sem, Arfachsad, Selah,

    25Heber, Peleg, Rehu,

    26Serug, Nahor, Terah,

  • 16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

  • 82%

    18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

    19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.

    20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 1 Kron 1:3-9
    7 verzen
    81%

    3Henoch, Methusalah, Lamech,

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

    6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

    7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

    8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

    9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

  • Gen 10:1-3
    3 verzen
    78%

    1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

    3En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

  • 10Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.

  • 31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.

  • 10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  • 26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

  • 36Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,

  • 3En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.

  • 74%

    37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

    38De kinderen van Seir nu waren Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, en Dison, en Ezer, en Disan.

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • Gen 10:6-7
    2 verzen
    73%

    6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

    7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

  • 1Adam, Seth, Enos,

  • 18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.

  • 41De kinderen van Ana waren Dison; en de zonen van Dison waren Hamram, en Esban, en Jithran, en Cheran.