Nehemia 11:5

Statenvertaling (States Bible)

En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 38:5 : 5 En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.
  • Num 26:20 : 20 Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.
  • 1 Kron 4:21 : 21 De kinderen van Sela, den zoon van Juda, waren Er, de vader van Lecha, en Lada, de vader van Maresa; en de huisgezinnen van het huis der linnenwerkers in het huis Asbea.
  • 1 Kron 9:5 : 5 En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.
  • Neh 3:15 : 15 En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez;

  • 78%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 76%

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 7En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;

  • 76%

    20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

    21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

    22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

  • 75%

    2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

    3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 75%

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 75%

    13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;

    14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 74%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • Neh 12:34-35
    2 verzen
    74%

    34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

    35En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf;

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 74%

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

  • 10Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 5En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.

  • 73%

    40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

  • 15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.

  • 19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • Neh 12:13-14
    2 verzen
    73%

    13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

    14Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;

  • 45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

  • 21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,