Ezra 10:41

Statenvertaling (States Bible)

Azareel, Selemja, Semarja,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

    38En Bani, en Binnui, Simei,

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • Neh 10:2-5
    4 verzen
    82%

    2Seraja, Azarja, Jeremia,

    3Pashur, Amarja, Malchia,

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 42Sallum, Amarja, Jozef.

  • Neh 10:10-12
    3 verzen
    81%

    10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 80%

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • Neh 10:7-8
    2 verzen
    79%

    7Mesullam, Abia, Mijamin,

    8Maazia, Bilgai, Semaja. Dit waren de priesters.

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

  • Neh 10:20-22
    3 verzen
    78%

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

  • Neh 12:33-34
    2 verzen
    78%

    33En Azarja, Ezra, en Mesullam,

    34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • Neh 10:24-26
    3 verzen
    77%

    24Hallohes, Pilha, Sobek,

    25Rehum, Hasabna, Maaseja,

    26En Ahia, Hanan, Anan,

  • Neh 12:2-3
    2 verzen
    76%

    2Amarja, Malluch, Hattus,

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

  • 17Ater, Hizkia, Azzur,

  • 76%

    23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

    24En van de zangers: Eljasib; en van de poortiers: Sallum, en Telem, en Uri.

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

  • 76%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

  • 73%

    26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

    27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.