1 Kronieken 6:45

Statenvertaling (States Bible)

Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

    36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

    37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

    39En zijn broeder Asaf stond aan zijn rechter zijde; Asaf was de zoon van Berechja, den zoon van Simea,

    40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

    43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

    44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch,

  • 82%

    46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

    47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

  • 78%

    29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

    30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;

  • 15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 75%

    50Dit nu zijn de kinderen van Aaron: Eleazar, was zijn zoon; Pinehas zijn zoon; Abisua zijn zoon;

    51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

    52Merajoth zijn zoon; Amarja zijn zoon; Ahitub zijn zoon;

    53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 25De kinderen van Elkana nu waren Amasia en Ahimoth.

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

  • 2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • Neh 10:11-12
    2 verzen
    74%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • 73%

    22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

    23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;

  • 36Vanja, Meremoth, Eljasib,

  • 19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

  • 73%

    11En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;

    12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • 3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • 6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

  • 2Amarja, Malluch, Hattus,

  • 45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.