1 Kronieken 6:25

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Elkana nu waren Amasia en Ahimoth.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 6:24 : 24 En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.
  • 1 Kron 6:35-36 : 35 Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai, 36 Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

    36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

    37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 83%

    26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

    27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

    28De zonen van Samuel nu waren dezen: zijn eerstgeborene was Vasni, daarna Abia.

    29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

    30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 79%

    22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

    23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;

    24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

  • 6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • 1 Kron 6:2-3
    2 verzen
    75%

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    3En de kinderen van Amram waren Aaron, en Mozes en Mirjam; en de kinderen van Aaron waren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 75%

    52Merajoth zijn zoon; Amarja zijn zoon; Ahitub zijn zoon;

    53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 74%

    45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

    46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 24En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.

  • 18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • 35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

  • 74%

    11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    12En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Sallum;

  • 1 Kron 6:7-9
    3 verzen
    73%

    7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

    9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 72%

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 35En de kinderen van zijn broeder Helem waren Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.

  • 50Dit nu zijn de kinderen van Aaron: Eleazar, was zijn zoon; Pinehas zijn zoon; Abisua zijn zoon;

  • 26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;

  • 4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 71%

    35De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.

    36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 13En zijn broederen, hoofden der vaderen, waren tweehonderd twee en veertig. En Amassai, de zoon van Azareel, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer;

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 41De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.

  • 10Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

  • 1Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.

  • 26Amam, en Sema, en Molada,

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 12De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

  • 19De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.

  • 57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.