1 Kronieken 23:12

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 6:18 : 18 En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.
  • Num 3:27 : 27 En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.
  • Num 26:58 : 58 Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.
  • 1 Kron 6:2 : 2 De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 6:1-3
    3 verzen
    91%

    1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    3En de kinderen van Amram waren Aaron, en Mozes en Mirjam; en de kinderen van Aaron waren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • 18En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

  • 27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 78%

    19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

    20Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

    21De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.

  • 77%

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

    11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 77%

    9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

    10Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

  • 11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • Ex 6:21-22
    2 verzen
    77%

    21En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

    22En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

  • Num 4:1-2
    2 verzen
    77%

    1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

    2Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.

  • 34Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kahathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:

  • 5Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

  • 30De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

  • 38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • Num 4:36-38
    3 verzen
    75%

    36Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.

    37Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.

    38Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;

  • 58Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.

  • 2En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.

  • 11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.

  • 1Aangaande nu de kinderen van Aaron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aaron waren Nadab, en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 60En aan Aaron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 13De kinderen van Amram waren Aaron en Mozes. Aaron nu werd afgezonderd, dat hij heiligde de allerheiligste dingen, hij en zijn zonen, tot in eeuwigheid, om te roken voor het aangezicht des HEEREN, om Hem te dienen en om in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.

  • 17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

  • 24En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.

  • 6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • 16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

  • 3En de kinderen van Uzzi waren Jizrahja; en de kinderen van Jizrahja waren Michael, en Obadja, en Joel, en Jisia; deze vijf waren al te zamen hoofden.

  • 27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

  • 7En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzziel, en Jerimoth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig.

  • 46Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,

  • 12Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;

  • 4Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.

  • 14En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 9En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.

  • 24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.