1 Kronieken 11:46
Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;
Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
43Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;
44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;
45Jediael, de zoon van Simri, en Joha, zijn broeder, de Tiziet;
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
22En Jispan, en Eber, en Eliel,
5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;
33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;
5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;
4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen.
11Attai de zesde; Eliel de zevende;
24Dezen nu waren de hoofden hunner vaderlijke huizen, te weten: Hefer, en Jisei, en Eliel, en Azriel, en Jeremia, en Hodavja, en Jahdiel; mannen sterk van kracht, mannen van naam, hoofden der huizen hunner vaderen.
18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.
32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;
3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;
30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;
14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,
14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.
39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;
30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;
22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.
20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,
34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;
34Doch Mesobab, en Jamlech, en Josa, de zoon van Amazia,
30En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.
41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;
23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.
25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;
27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.
3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.
27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;
28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
11Micha, Rehob, Hasabja,
19En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.
16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.