1 Kronieken 11:43
Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;
Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;
45Jediael, de zoon van Simri, en Joha, zijn broeder, de Tiziet;
46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;
47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.
23En Abdon, en Zichri, en Hanan,
24En Hananja, en Elam, en Antothija,
27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;
28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
11Micha, Rehob, Hasabja,
32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;
33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;
42Adina, de zoon van Siza, de Rubeniet, was het hoofd der Rubenieten; nochtans waren er dertig boven hem;
26En Ahia, Hanan, Anan,
27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;
3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;
38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;
39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;
34Doch Mesobab, en Jamlech, en Josa, de zoon van Amazia,
32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;
33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;
34Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;
29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;
30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;
46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;
30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
45De kinderen van Sammai nu waren Maon; en Maon was de vader van Beth-Zur.
37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.
14Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;
42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,
43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.
22Pelatja, Hanan, Anaja,
43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;
14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,
15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
9En de Levieten, namelijk: Jesua, zoon van Azanja, Binnui; van de zonen van Henadad, Kadmiel;
4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.
10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
7Mesullam, Abia, Mijamin,
6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
12Baana, de zoon van Ahilud, had Taanach, en Megiddo, en het ganse Beth-Sean, hetwelk is bij Zartana, beneden van Jizreel, van Beth-Sean aan tot Abel-Mehola, tot op gene zijde van Jokmeam.
21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;