1 Kronieken 11:37

Statenvertaling (States Bible)

Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 23:35 : 35 Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

    35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

  • 77%

    38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

    41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 77%

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

    34Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

  • 77%

    27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

    28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;

    29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

    30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 73%

    26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

    28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

  • 17Ater, Hizkia, Azzur,

  • 8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 6Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.

  • 23En de kinderen van Nearja waren Eljoenai, en Hizkia, en Azrikam; drie.

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 70%

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

    47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.

  • 31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

  • 44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • 20Magpias, Mesullam, Hezir,

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • Neh 10:11-12
    2 verzen
    69%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 18Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 6En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.

  • 36En zijn broeders, Semaja, en Azareel, Milalai, Gilalai, Maai, Nethaneel, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hun aangezicht heen.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 31De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.

  • 2Amarja, Malluch, Hattus,