2 Samuël 23:26

Statenvertaling (States Bible)

Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 14:2 : 2 Zo zond Joab heen naar Thekoa, en nam van daar een wijze vrouw; en hij zeide tot haar: Stel u toch, alsof gij rouw droegt, en trek nu rouwklederen aan, en zalf u niet met olie, en wees als een vrouw, die nu vele dagen rouw gedragen heeft over een dode;
  • 1 Kron 11:27-28 : 27 Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet; 28 Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;
  • 1 Kron 27:9-9 : 9 De zesde, in de zesde maand, was Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend. 10 De zevende, in de zevende maand, was Helez, de Peloniet, uit de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 82%

    27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

    28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;

    29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

    30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

  • 78%

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

    28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

  • 25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

  • 76%

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

    32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

    33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

    35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

  • 75%

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

  • 30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 72%

    9De zesde, in de zesde maand, was Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

    10De zevende, in de zevende maand, was Helez, de Peloniet, uit de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • 23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 17Ater, Hizkia, Azzur,

  • 71%

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 20Magpias, Mesullam, Hezir,

  • 44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

  • 16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  • 35Benaja, Bedeja, Cheluhu,

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 18Van de kinderen van Jizhar was Selomith het hoofd.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.