Ezra 10:26

Statenvertaling (States Bible)

En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 10:2 : 2 Toen antwoordde Sechanja, de zoon van Jehiel, een van de zonen van Elam, en zeide tot Ezra: Wij hebben overtreden tegen onzen God, en wij hebben vreemde vrouwen van de volken des lands bij ons doen wonen; maar nu, er is hope voor Israel, dezen aangaande.
  • Neh 7:12 : 12 De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;
  • Neh 7:34 : 34 De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;
  • Ezra 2:7 : 7 De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.
  • Ezra 2:31 : 31 De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.
  • Ezra 8:7 : 7 En van de kinderen van Elam, Jesaja, de zoon van Athalja; en met hem zeventig manspersonen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 87%

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

    28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 83%

    20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

    23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

  • 13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

  • 80%

    2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

    3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 78%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

  • Neh 10:2-5
    4 verzen
    78%

    2Seraja, Azarja, Jeremia,

    3Pashur, Amarja, Malchia,

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 78%

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

    43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • 13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 7En van de kinderen van Elam, Jesaja, de zoon van Athalja; en met hem zeventig manspersonen.

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • Neh 10:20-21
    2 verzen
    77%

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 42Voorts Maaseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers horen, met Jizrahja, den opziener.

  • 10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.