Ezra 10:20

Statenvertaling (States Bible)

En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 24:14 : 14 Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,
  • Ezra 2:37 : 37 De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.
  • Neh 7:40 : 40 De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 78%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

    28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 77%

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  • Neh 10:10-13
    4 verzen
    76%

    10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

    13Hodia, Bani, Beninu;

  • Neh 10:5-7
    3 verzen
    76%

    5Harim, Meremoth, Obadja,

    6Daniel, Ginnethon, Baruch,

    7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 76%

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • Neh 10:26-27
    2 verzen
    75%

    26En Ahia, Hanan, Anan,

    27Malluch, Harim, Baana.

  • Neh 10:20-22
    3 verzen
    75%

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • 21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

  • 36Vanja, Meremoth, Eljasib,

  • 73%

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • Neh 12:15-16
    2 verzen
    73%

    15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

    16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 13En zijn broederen, hoofden der vaderen, waren tweehonderd twee en veertig. En Amassai, de zoon van Azareel, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer;

  • 23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • Neh 12:12-13
    2 verzen
    72%

    12En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;

    13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 25Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 2Seraja, Azarja, Jeremia,

  • 46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

  • 30Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • 38En Bani, en Binnui, Simei,

  • 4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;