Ezra 2:46

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:46-49
    4 verzen
    83%

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

    48De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

    49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • Ezra 2:42-45
    4 verzen
    83%

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

    45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

  • Ezra 2:47-54
    8 verzen
    80%

    47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

    49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

    50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

    51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

  • Neh 7:52-54
    3 verzen
    75%

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • 75%

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • Ezra 2:56-57
    2 verzen
    75%

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 26En Ahia, Hanan, Anan,

  • 56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

  • 15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

  • Ezra 2:18-19
    2 verzen
    73%

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

    19De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

  • 73%

    21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

    22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

  • Neh 10:22-24
    3 verzen
    73%

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

    23Hosea, Hananja, Hassub,

    24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

  • 10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

  • 12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    72%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • 26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

  • 18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

  • Ezra 2:29-30
    2 verzen
    71%

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

  • 22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

  • 20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,