Ezra 2:47

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:46-54
    9 verzen
    84%

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

    48De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

    49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

    50De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;

    51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • Ezra 2:48-57
    10 verzen
    84%

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

    49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

    50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

    51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

    55De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • Ezra 2:43-46
    4 verzen
    79%

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

    45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

    46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

  • 58De kinderen van Jaela, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

  • 47De kinderen van Jochdai nu waren Regem, en Jotham, en Gesan, en Pelet, en Efa, en Saaf.

  • 56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

  • Ezra 2:2-5
    4 verzen
    73%

    2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

  • 12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • Neh 12:3-4
    2 verzen
    71%

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

    4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

  • 26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • 29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • 5Zijn zoon Micha; zijn zoon Reaja; zijn zoon Baal;

  • Ezra 2:17-18
    2 verzen
    71%

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

  • 25Rehum, Hasabna, Maaseja,

  • 8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

  • 20De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.

  • 43De kinderen van Hebron nu waren Korah, en Tappuah, en Rekem, en Sema.

  • 8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

  • 12Eston nu gewon Beth-rafa, en Pasea, en Tehinna, den vader van Ir-nahas; dit zijn de mannen van Recha.

  • 39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

  • 3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,