Nehemia 7:58

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Jaela, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:56 : 56 De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:52-57
    6 verzen
    91%

    52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

    55De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • Neh 7:45-57
    13 verzen
    79%

    45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

    48De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

    49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

    50De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;

    51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    55De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

    57De kinderen der knechten van Salomo; de kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Perida;

  • 59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • Ezra 2:47-48
    2 verzen
    76%

    47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

  • 7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • 44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • 71%

    10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

    11Alle dezen waren kinderen van Jediael, tot hoofden der vaderen, kloeke helden, zeventien duizend en tweehonderd, uitgaande in het heir ten strijde.

  • Neh 7:61-62
    2 verzen
    71%

    61Ook togen dezen op van Thel-melah, Thel-harsa, Cherub, Addon en Immer; maar zij konden hunner vaderen huis, en hun zaad niet tonen, of zij uit Israel waren;

    62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • 47De kinderen van Jochdai nu waren Regem, en Jotham, en Gesan, en Pelet, en Efa, en Saaf.

  • Neh 7:17-19
    3 verzen
    70%

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 70%

    37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

    38De kinderen van Jether nu waren Jefunne, en Pispa, en Ara.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 7En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

  • 37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 7En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  • 19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • 7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

  • 3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

  • 18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

  • 13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

  • 18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.