Ezra 2:17

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:23 : 23 De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:21-23
    3 verzen
    92%

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

  • Ezra 2:3-12
    10 verzen
    83%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • Neh 7:15-19
    5 verzen
    81%

    15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • Ezra 2:18-21
    4 verzen
    80%

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

    19De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

    20De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.

    21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

  • Ezra 2:24-29
    6 verzen
    80%

    24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

    27De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

    28De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • Ezra 2:14-16
    3 verzen
    79%

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

  • Neh 7:8-9
    2 verzen
    78%

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

  • 32De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

  • Ezra 2:32-35
    4 verzen
    77%

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

    35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

  • 49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

  • 6De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

  • 37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

  • 9Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd.

  • 28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • 52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • 8En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.

  • 39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

  • 52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen.