Ezra 2:16

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:21 : 21 De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:20-22
    3 verzen
    94%

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

  • Ezra 2:17-21
    5 verzen
    79%

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

    19De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

    20De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.

    21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

  • Ezra 2:3-15
    13 verzen
    78%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

    13De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • 17Ater, Hizkia, Azzur,

  • 42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

  • Ezra 2:57-58
    2 verzen
    74%

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

    58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • Ezra 2:24-25
    2 verzen
    74%

    24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • Ezra 2:36-40
    5 verzen
    73%

    36De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

    37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

    38De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

    39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

    40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Neh 7:15-17
    3 verzen
    73%

    15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

  • Ezra 2:29-32
    4 verzen
    73%

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

    31De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

  • 8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

  • Ezra 2:48-49
    2 verzen
    72%

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

    49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

  • 13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

  • 11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

  • 45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

  • 26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • 27De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.