Ezra 2:45

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:48 : 48 De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:46-54
    9 verzen
    83%

    46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

    47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

    49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

    50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

    51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

  • Neh 7:45-56
    12 verzen
    79%

    45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

    48De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

    49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

    50De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;

    51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    55De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

  • Ezra 2:42-44
    3 verzen
    77%

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

  • 45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

  • Ezra 2:56-57
    2 verzen
    71%

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 20De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.

  • 29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • 4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

  • 26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • 8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

  • 10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

  • 40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • 59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • 15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

  • 12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • 15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • 45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

  • 24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

  • 27Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

  • 28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.