Genesis 36:27

Statenvertaling (States Bible)

Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 36:21 : 21 En Dison, en Ezer, en Disan; dat zijn de vorsten der Horieten, zonen van Seir, in het land van Edom.
  • 1 Kron 1:38 : 38 De kinderen van Seir nu waren Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, en Dison, en Ezer, en Disan.
  • 1 Kron 1:42 : 42 De kinderen van Ezer waren Bilhan, en Zaavan, en Jaakan. De kinderen van Disan waren Uz en Aran.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.

    41De kinderen van Ana waren Dison; en de zonen van Dison waren Hamram, en Esban, en Jithran, en Cheran.

    42De kinderen van Ezer waren Bilhan, en Zaavan, en Jaakan. De kinderen van Disan waren Uz en Aran.

  • Gen 36:23-26
    4 verzen
    79%

    23En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.

    24En dit zijn de zonen van Zibeon: Aja en Ana, hij is die Ana, die de muilen in de woestijn gevonden heeft, toen hij de ezels van zijn vader Zibeon weidde.

    25En dit zijn de zonen van Ana: Dison; en Aholibama was de dochter van Ana.

    26En dit zijn de zonen van Dison: Hemdan, en Esban, en Ithran, en Cheran.

  • Gen 36:28-30
    3 verzen
    79%

    28Dit zijn de zonen van Disan: Uz en Aran.

    29Dit zijn de vorsten der Horieten: de vorst Lotan, de vorst Sobal, de vorst Zibeon, de vorst Ana.

    30De vorst Dison, de vorst Ezer, de vorst Disan; dit zijn de vorsten der Horieten, naar hun vorsten in het land Seir.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

  • 73%

    35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

    36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.

    37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

    38De kinderen van Seir nu waren Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, en Dison, en Ezer, en Disan.

  • Gen 36:20-21
    2 verzen
    73%

    20Dit zijn de zonen van Seir, den Horiet, inwoners van dat land: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana,

    21En Dison, en Ezer, en Disan; dat zijn de vorsten der Horieten, zonen van Seir, in het land van Edom.

  • Num 26:35-36
    2 verzen
    73%

    35Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.

    36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.

  • 44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.

  • 11En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.

  • 71%

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • Gen 36:13-15
    3 verzen
    71%

    13En dit zijn de zonen van Rehuel: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau's huisvrouw.

    14En dit zijn geweest de zonen van Aholibama, dochter van Ana, dochter van Zibeon, Ezau's huisvrouw; en zij baarde aan Ezau Jehus, en Jaelam, en Korah.

    15Dit zijn de vorsten der zonen van Ezau: de zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Ezau, waren: de vorst Teman, de vorst Omar, de vorst Zefo, de vorst Kenaz.

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

  • 27En Hadoram, en Usal, en Dikla,

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 5En Aholibama baarde Jehus, en Jaelam, en Korah. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem geboren zijn in het land Kanaan.

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 70%

    36De kinderen van Zofah waren Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Jimra,

    37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 6En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 18En dit zijn de zonen van Aholibama, de huisvrouw van Ezau: de vorst Jehus, de vorst Jaelam, de vorst Korah; dat zijn de vorsten van Aholibama, de dochter van Ana, de huisvrouw van Ezau.

  • 54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;