Nehemia 12:15

Statenvertaling (States Bible)

Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • Neh 12:16-21
    6 verzen
    79%

    16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

    17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

    18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

    19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

    20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

    21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • Neh 12:12-14
    3 verzen
    78%

    12En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;

    13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

    14Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;

  • 78%

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

  • 78%

    5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • Neh 12:2-6
    5 verzen
    77%

    2Amarja, Malluch, Hattus,

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

    4Iddo, Ginnethoi, Abia,

    5Mijamin, Maadja, Bilga,

    6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 36Vanja, Meremoth, Eljasib,

  • 45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 73%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  • Neh 10:11-12
    2 verzen
    73%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 73%

    20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

  • 72%

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 27Malluch, Harim, Baana.

  • 72%

    10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

  • 45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

  • 3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

  • 25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

  • 22Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

  • 25Rehum, Hasabna, Maaseja,

  • 39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

  • 12Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.