Ezra 10:38
En Bani, en Binnui, Simei,
En Bani, en Binnui, Simei,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
4Hattus, Sebanja, Malluch,
5Harim, Meremoth, Obadja,
6Daniel, Ginnethon, Baruch,
7Mesullam, Abia, Mijamin,
8Maazia, Bilgai, Semaja. Dit waren de priesters.
9En de Levieten, namelijk: Jesua, zoon van Azanja, Binnui; van de zonen van Henadad, Kadmiel;
10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,
15Bunni, Azgad, Bebai,
16Adonia, Bigvai, Adin,
39En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
41Azareel, Selemja, Semarja,
42Sallum, Amarja, Jozef.
43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
32Benjamin, Malluch, Semarja.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
34Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,
35Benaja, Bedeja, Cheluhu,
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.
15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
26En Ahia, Hanan, Anan,
27Malluch, Harim, Baana.
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;
18Hodia, Hasum, Bezai,
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.
46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,
20Magpias, Mesullam, Hezir,
21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
24En Hananja, en Elam, en Antothija,
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;