1 Kronieken 11:32

Statenvertaling (States Bible)

Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 23:30-31 : 30 Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas; 31 Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

    28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

    30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

    32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

    33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

    35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

  • 80%

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

    34Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

    38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

    41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 77%

    26De helden nu der heiren waren: Asahel, de broeder van Joab; Elhanan, de zoon van Dodo, van Bethlehem;

    27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

    28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;

    29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

    30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

    31Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 72%

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

    47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.

  • 72%

    14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

    15Ahi, de zoon van Abdiel, den zoon van Guni, was het hoofd van het huis hunner vaderen.

  • 25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 71%

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • 34En na Achitofel was Jojada, de zoon van Benaja, en Abjathar; maar Joab was des konings krijgsoverste.

  • 5En Gera, en Sefufan, en Huram.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 29De naam nu der huisvrouw van Abisur was Abihail: die baarde hem Achban en Molid.

  • 11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

  • 70%

    14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

    15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 16En hun zusters waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El drie.

  • 20Doch een der zonen van Achimelech, den zoon van Ahitub, ontkwam, wiens naam was Abjathar; die vluchtte David na.

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;