1 Kronieken 11:45

Statenvertaling (States Bible)

Jediael, de zoon van Simri, en Joha, zijn broeder, de Tiziet;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 77%

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

    47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.

  • 77%

    43Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;

    44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

  • 77%

    35En Joel, en Jehu, de zoon van Jesibja, den zoon van Saraja, den zoon van Asiel,

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • 72%

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 72%

    10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

    11Alle dezen waren kinderen van Jediael, tot hoofden der vaderen, kloeke helden, zeventien duizend en tweehonderd, uitgaande in het heir ten strijde.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 10Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 71%

    3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

    4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

    5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

    7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • 71%

    14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

    15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 71%

    13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

    14En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.

  • 32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

  • 70%

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

    11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 70%

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

    21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 16En de kinderen van Jehalelel waren Zif en Zifa, Thirea en Asareel.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

  • 2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 32En de kinderen van Jada, den broeder van Sammai, waren Jether en Jonathan; en Jether is gestorven zonder kinderen.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

  • 11Micha, Rehob, Hasabja,

  • 13En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.

  • 45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

  • 11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.