Nehemia 10:21
Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
20Magpias, Mesullam, Hezir,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
23Hosea, Hananja, Hassub,
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
26En Ahia, Hanan, Anan,
27Malluch, Harim, Baana.
9En de Levieten, namelijk: Jesua, zoon van Azanja, Binnui; van de zonen van Henadad, Kadmiel;
10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,
15Bunni, Azgad, Bebai,
16Adonia, Bigvai, Adin,
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
7Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua.
7Mesullam, Abia, Mijamin,
39En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
41Azareel, Selemja, Semarja,
2Seraja, Azarja, Jeremia,
3Pashur, Amarja, Malchia,
4Hattus, Sebanja, Malluch,
5Harim, Meremoth, Obadja,
18Hodia, Hasum, Bezai,
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
33En Azarja, Ezra, en Mesullam,
34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.
22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.
23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.
2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
1Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,
2Amarja, Malluch, Hattus,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
10Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;
11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,
29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.