Numeri 1:6

Statenvertaling (States Bible)

Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 7:36 : 36 Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
  • Num 2:12 : 12 En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

  • 20En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  • 80%

    24De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.

    25Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.

    26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 36Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 15Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

  • 5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 10En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zoar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische vrouw.

  • Num 13:4-5
    2 verzen
    77%

    4En dit zijn hun namen: van den stam van Ruben, Sammua, de zoon van Zaccur.

    5Van de stam van Simeon, Safat, de zoon van Hori.

  • Num 26:12-14
    3 verzen
    76%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

    14Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.

  • 1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

  • 75%

    16Doch over de stammen van Israel waren dezen: over de Rubenieten was Eliezer, de zoon van Zichri, voorganger; over de Simeonieten was Sefatja, de zoon van Maacha;

    17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • Num 1:7-9
    3 verzen
    74%

    7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 25Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd;

  • 20En de kinderen van Simon nu waren Amnon en Rinna, Ben-hanan en Tilon; en de kinderen van Isei waren Zoheth en Ben-Zoheth.

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • Num 1:22-23
    2 verzen
    73%

    22Van de zonen van Simeon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, zijn getelden, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;

    23Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

  • 18Van de kinderen van Jizhar was Selomith het hoofd.

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

  • 40En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai.

  • 72%

    2Ruben, Simeon, Levi, en Juda;

  • 10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

  • 72%

    29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

    30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

  • 20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 42Ook gingen uit hen, te weten uit de kinderen van Simeon, vijfhonderd mannen, tot het gebergte van Seir; en Pelatja, en Nearja, en Refaja, en Izziel, de zonen van Isei, waren hun tot hoofden.

  • 13Van de stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.

  • 17En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.

  • 17En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

  • 21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 41Azareel, Selemja, Semarja,

  • 9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.