Numeri 26:24

Statenvertaling (States Bible)

Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 46:13 : 13 En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 26:48-49
    2 verzen
    82%

    48De zonen van Nafthali, naar hun geslachten: van Jahzeel het geslacht der Jahzeelieten; van Guni het geslacht der Gunieten;

    49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

  • Num 26:38-39
    2 verzen
    79%

    38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

    39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

  • Num 26:12-16
    5 verzen
    78%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

    14Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

    16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

  • Num 26:25-27
    3 verzen
    78%

    25Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.

    26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

    27Dat zijn de geslachten der Zebulonieten, naar hun getelden: zestig duizend en vijfhonderd.

  • Num 26:42-45
    4 verzen
    77%

    42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

    43Al de geslachten der Suhamieten, naar hun getelden, waren vier en zestig duizend en vierhonderd.

    44De zonen van Aser, naar hun geslachten, waren: van Imna het geslacht der Imnaieten; van Isvi het geslacht der Isvieten; van Beria het geslacht der Beriieten.

    45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 13En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.

  • Num 26:31-32
    2 verzen
    76%

    31En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;

    32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • Num 26:20-23
    4 verzen
    75%

    20Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

    21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

    22Dat zijn de geslachten van Juda, naar hun getelden: zes en zeventig duizend en vijfhonderd.

    23De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;

  • 1De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.

  • 22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.

  • 73%

    24De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.

    25Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.

    26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 15Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

  • 24Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

  • 6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • 24En de zonen van Nafthali: Jahzeel, en Guni, en Jezer, en Sillem.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 10En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zoar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische vrouw.

  • 6Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.

  • 20En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

  • 20En de kinderen van Simon nu waren Amnon en Rinna, Ben-hanan en Tilon; en de kinderen van Isei waren Zoheth en Ben-Zoheth.

  • 21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 69%

    25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.

    26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.