Numeri 26:23

Statenvertaling (States Bible)

De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 46:13 : 13 En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.
  • 1 Kron 7:1 : 1 De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.
  • Gen 30:17-18 : 17 En God verhoorde Lea; en zij werd bevrucht, en baarde Jakob den vijfden zoon. 18 Toen zeide Lea: God heeft mijn loon gegeven, nadat ik mijn dienstmaagd aan mijn man gegeven heb; en zij noemde zijn naam Issaschar.
  • Num 2:5 : 5 En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 46:12-13
    2 verzen
    77%

    12En de zonen van Juda: Er, en Onan, en Sela, en Perez, en Zerah. Doch Er en Onan waren gestorven in het land van Kanaan; en de zonen van Perez waren Hezron en Hamul.

    13En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.

  • 1 Kron 7:1-2
    2 verzen
    76%

    1De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.

    2De kinderen van Thola nu waren Uzzi, en Refaja, en Jeriel, en Jachmai, en Jibsam, en Samuel; hoofden van de huizen hunner vaderen, van Thola, kloeke helden in hun geslachten; hun getal was in de dagen van David twee en twintig duizend en zeshonderd.

  • Num 26:24-26
    3 verzen
    75%

    24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

    25Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.

    26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

  • Num 26:35-39
    5 verzen
    71%

    35Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.

    36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.

    37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.

    38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

    39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

  • Num 26:12-15
    4 verzen
    69%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

    14Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

  • Num 26:48-50
    3 verzen
    69%

    48De zonen van Nafthali, naar hun geslachten: van Jahzeel het geslacht der Jahzeelieten; van Guni het geslacht der Gunieten;

    49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

    50Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en vierhonderd.

  • Num 26:20-22
    3 verzen
    69%

    20Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

    21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

    22Dat zijn de geslachten van Juda, naar hun getelden: zes en zeventig duizend en vijfhonderd.

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • Num 26:41-42
    2 verzen
    69%

    41Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en zeshonderd.

    42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

  • 5Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten;

  • 26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  • 28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 1Na Abimelech nu stond op, om Israel te behouden, Thola, een zoon van Pua, zoon van Dodo, een man van Issaschar; en hij woonde te Samir, op het gebergte van Efraim.

  • 67%

    4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

    5Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.

  • 34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

  • 9Van de stam van Benjamin, Palti, de zoon van Rafu.

  • 26Van de zonen van Juda, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

  • 17Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar.

  • Num 26:31-32
    2 verzen
    65%

    31En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;

    32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • 28De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.

  • 1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

  • 8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 64%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 4Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.

  • 27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.

  • 17Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.

  • 24En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.

  • 41De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

  • 38De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.