Ezra 2:38

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 9:12 : 12 En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
  • Ezra 10:22 : 22 En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.
  • Neh 7:41 : 41 De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:40-42
    3 verzen
    93%

    40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

    41De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

  • Ezra 2:36-37
    2 verzen
    81%

    36De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

    37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • Ezra 2:3-12
    10 verzen
    78%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • Ezra 2:39-40
    2 verzen
    78%

    39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

    40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Neh 7:8-9
    2 verzen
    77%

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

  • Neh 7:11-13
    3 verzen
    75%

    11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

  • 24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

  • Ezra 2:57-58
    2 verzen
    73%

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

    58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • Neh 7:16-19
    4 verzen
    73%

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • 34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • Ezra 2:31-32
    2 verzen
    73%

    31De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

  • Ezra 2:18-19
    2 verzen
    73%

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

    19De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

  • 38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

  • 22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

  • 22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  • 34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

  • Ezra 2:14-16
    3 verzen
    72%

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

  • 6Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen.

  • Ezra 2:42-44
    3 verzen
    71%

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

  • 3Pashur, Amarja, Malchia,

  • 49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 64Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend driehonderd en zestig.

  • 21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.