Nehemia 10:3

Statenvertaling (States Bible)

Pashur, Amarja, Malchia,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 3:11 : 11 De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
  • Neh 8:4 : 4 En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.
  • Neh 11:12 : 12 En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;
  • Neh 12:2 : 2 Amarja, Malluch, Hattus,
  • Neh 12:13 : 13 Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 2Seraja, Azarja, Jeremia,

  • Neh 10:4-7
    4 verzen
    86%

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

    6Daniel, Ginnethon, Baruch,

    7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 81%

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  • 79%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

  • Neh 10:17-27
    11 verzen
    79%

    17Ater, Hizkia, Azzur,

    18Hodia, Hasum, Bezai,

    19Harif, Anathoth, Nebai,

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

    23Hosea, Hananja, Hassub,

    24Hallohes, Pilha, Sobek,

    25Rehum, Hasabna, Maaseja,

    26En Ahia, Hanan, Anan,

    27Malluch, Harim, Baana.

  • Neh 12:2-3
    2 verzen
    79%

    2Amarja, Malluch, Hattus,

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

  • 79%

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

  • 78%

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

  • Neh 10:10-12
    3 verzen
    78%

    10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 76%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • Neh 12:33-34
    2 verzen
    76%

    33En Azarja, Ezra, en Mesullam,

    34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • 1Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:

  • 10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

  • 1Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,

  • 13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 3Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.