Nehemia 7:16

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:11 : 11 De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:2-14
    13 verzen
    90%

    2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

    13De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig.

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

  • Neh 7:7-15
    9 verzen
    84%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

    11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

    15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

  • Neh 7:17-23
    7 verzen
    82%

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

  • 11En van de kinderen van Babai, Zacharja, de zoon van Bebai; en met hem acht en twintig manspersonen.

  • Ezra 2:16-17
    2 verzen
    78%

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • Ezra 2:25-26
    2 verzen
    76%

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • Ezra 2:29-30
    2 verzen
    75%

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

  • 30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;

  • 8En na hem Gabbai, Sallai; negenhonderd acht en twintig.

  • 52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

  • 37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

  • 46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

  • 33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

  • 14En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • 15Bunni, Azgad, Bebai,

  • 26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

  • 28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.