Numeri 26:48

Statenvertaling (States Bible)

De zonen van Nafthali, naar hun geslachten: van Jahzeel het geslacht der Jahzeelieten; van Guni het geslacht der Gunieten;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 46:24 : 24 En de zonen van Nafthali: Jahzeel, en Guni, en Jezer, en Sillem.
  • 1 Kron 7:13 : 13 De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 24En de zonen van Nafthali: Jahzeel, en Guni, en Jezer, en Sillem.

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • Num 26:49-50
    2 verzen
    76%

    49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

    50Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en vierhonderd.

  • Num 26:15-16
    2 verzen
    76%

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

    16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

  • Num 26:26-27
    2 verzen
    73%

    26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

    27Dat zijn de geslachten der Zebulonieten, naar hun getelden: zestig duizend en vijfhonderd.

  • Num 26:12-13
    2 verzen
    73%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

  • Num 1:42-43
    2 verzen
    72%

    42Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    43Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 26:23-24
    2 verzen
    71%

    23De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;

    24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

  • 20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

  • Num 26:44-45
    2 verzen
    71%

    44De zonen van Aser, naar hun geslachten, waren: van Imna het geslacht der Imnaieten; van Isvi het geslacht der Isvieten; van Beria het geslacht der Beriieten.

    45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • Num 26:38-40
    3 verzen
    70%

    38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

    39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

    40En de zonen van Bela waren Ard en Naaman; van Ard het geslacht der Ardieten; van Naaman het geslacht der Naamieten.

  • Num 26:29-31
    3 verzen
    70%

    29De zonen van Manasse waren: van Machir het geslacht der Machirieten; Machir nu gewon Gilead; van Gilead was het geslacht der Gileadieten.

    30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

    31En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;

  • 18Dat zijn de geslachten der zonen van Gad, naar hun getelden: veertig duizend en vijfhonderd.

  • Num 13:14-15
    2 verzen
    69%

    14Van de stam van Nafthali, Nachbi, de zoon van Wofsi.

    15Van de stam van Gad, Guel, de zoon van Machi.

  • 14En de zonen van Zebulon: Sered, en Elon, en Jahleel.

  • 32Het zesde lot ging uit voor de kinderen van Nafthali, voor de kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen.

  • 68%

    14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

    15Ahi, de zoon van Abdiel, den zoon van Guni, was het hoofd van het huis hunner vaderen.

  • 42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

  • 16En de zonen van Gad: Zifjon en Haggi, Schuni en Ezbon, Eri en Arodi, en Areli.

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

  • 50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

  • 24Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.

  • 26Van de zonen van Juda, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

  • 30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • 26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

  • Num 26:20-21
    2 verzen
    66%

    20Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

    21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

  • 6En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.

  • 6En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

  • 10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.