Numeri 13:14

Statenvertaling (States Bible)

Van de stam van Nafthali, Nachbi, de zoon van Wofsi.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

  • 15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

  • Num 1:7-10
    4 verzen
    73%

    7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • Num 13:8-13
    6 verzen
    73%

    8Van de stam van Efraim, Hosea, de zoon van Nun.

    9Van de stam van Benjamin, Palti, de zoon van Rafu.

    10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

    11Van de stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.

    12Van de stam van Dan, Ammiel, de zoon van Gemalli.

    13Van de stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.

  • Num 1:42-43
    2 verzen
    73%

    42Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    43Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 28En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

  • 15Van de stam van Gad, Guel, de zoon van Machi.

  • 27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

  • 52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • 6En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

  • Num 10:14-15
    2 verzen
    70%

    14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

    15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • Num 13:5-6
    2 verzen
    69%

    5Van de stam van Simeon, Safat, de zoon van Hori.

    6Van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne.

  • 32Het zesde lot ging uit voor de kinderen van Nafthali, voor de kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen.

  • 48De zonen van Nafthali, naar hun geslachten: van Jahzeel het geslacht der Jahzeelieten; van Guni het geslacht der Gunieten;

  • 56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

  • 50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

  • 24En de zonen van Nafthali: Jahzeel, en Guni, en Jezer, en Sillem.

  • 54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

  • 39Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.

  • 50Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en vierhonderd.

  • 2Naho, den vierde, en Rafa, den vijfde.

  • 25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

  • 23Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

  • 5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 7En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

  • 26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

  • 1 Kron 9:7-8
    2 verzen
    67%

    7En van de kinderen van Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Hodavja, den zoon van Hassenua;

    8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  • 66%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 15En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,

  • 4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

  • 15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;