Numeri 34:23

Statenvertaling (States Bible)

Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 34:24-28
    5 verzen
    79%

    24En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

    27En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

    28En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

  • Num 1:9-11
    3 verzen
    75%

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

  • Num 34:19-22
    4 verzen
    75%

    19En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;

    20En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

    21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

    22En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;

  • 29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

  • 20En nevens hem de stam van Manasse; en Gamaliel, de zoon van Pedazur, zal de overste der zonen van Manasse zijn.

  • 71%

    20Over de kinderen van Efraim was Hosea, de zoon van Azarja; over den halven stam van Manasse was Joel, de zoon van Pedaja;

    21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

    22Over Dan was Azarel, de zoon van Jeroham. Dezen waren de oversten der stammen van Israel.

  • Num 10:22-23
    2 verzen
    71%

    22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

    23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 2Ook hadden de overgebleven kinderen van Manasse een lot, naar hun huisgezinnen; te weten de kinderen van Abiezer, en de kinderen van Helek, en de kinderen van Asriel, en de kinderen van Sechem, en de kinderen van Hefer, en de kinderen van Semida. Dit zijn de mannelijke kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, naar hun huisgezinnen.

  • Num 13:11-12
    2 verzen
    70%

    11Van de stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.

    12Van de stam van Dan, Ammiel, de zoon van Gemalli.

  • 28De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.

  • 46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 68%

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • Num 1:34-35
    2 verzen
    68%

    34Van de zonen van Manasse, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    35Waren hun getelden van den stam van Manasse twee en dertig duizend en tweehonderd.

  • 14Van de stam van Nafthali, Nachbi, de zoon van Wofsi.

  • 32Van de zonen van Jozef: van de zonen van Efraim, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 18De banier des legers van Efraim, naar hun heiren, zal tegen het westen zijn; en Elisama, de zoon van Ammihud, zal de overste der zonen van Efraim zijn.

  • 67%

    23De kinderen nu van den halven stam van Manasse woonden in dat land. Zij werden vermenigvuldigd van Basan tot aan Baal-Hermon, en Senir, en den berg Hermon.

    24Dezen nu waren de hoofden hunner vaderlijke huizen, te weten: Hefer, en Jisei, en Eliel, en Azriel, en Jeremia, en Hodavja, en Jahdiel; mannen sterk van kracht, mannen van naam, hoofden der huizen hunner vaderen.

  • 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

  • 37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.

  • 34Dat zijn de geslachten van Manasse: en hun getelden waren twee en vijftig duizend en zevenhonderd.

  • 4Alzo hebben hun erfdeel bekomen de kinderen van Jozef, Manasse en Efraim.

  • 5Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten;

  • 27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

  • 14En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.

  • 8Van de stam van Efraim, Hosea, de zoon van Nun.

  • 30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

  • 20En Jozef werden geboren in Egypteland, Manasse en Efraim, die hem Asnath, de dochter van Potifera, den overste te On, baarde.

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • 30De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.