Numeri 34:22

Statenvertaling (States Bible)

En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 34:23-28
    6 verzen
    75%

    23Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;

    24En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

    27En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

    28En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.

  • 21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

  • 71%

    21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

    22Over Dan was Azarel, de zoon van Jeroham. Dezen waren de oversten der stammen van Israel.

  • 4Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,

  • 22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • Num 1:10-12
    3 verzen
    69%

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

    12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

  • 25De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren; en Ahiezer, de zoon van Ammisaddai, zal de overste der zonen van Dan zijn.

  • Num 13:10-12
    3 verzen
    69%

    10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

    11Van de stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.

    12Van de stam van Dan, Ammiel, de zoon van Gemalli.

  • Num 1:38-39
    2 verzen
    68%

    38Van de zonen van Dan, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    39Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.

  • 2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 40Het zevende lot ging uit voor den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen.

  • 66Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 48Dit is het erfdeel van de stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.

  • Num 10:24-25
    2 verzen
    66%

    24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.

    25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.

  • 42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 5En Abisua gewon Bukki, en Bukki gewon Uzzi;

  • 20En nevens hem de stam van Manasse; en Gamaliel, de zoon van Pedazur, zal de overste der zonen van Manasse zijn.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 14En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.

  • 13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;

  • 23En de zonen van Dan: Chusim.

  • 14Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

  • 16Dan zal zijn volk richten, als een der stammen Israels.

  • 1Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamath, Hazar-Enon, de landpale van Damaskus, noordwaarts aan de zijde van Hamath (ook zal hij den oosterhoek en westerhoek hebben), zal Dan een snoer hebben.

  • 14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  • 19En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;

  • 25En de zonen van Bilha, Rachels dienstmaagd: Dan en Nafthali.

  • Ex 1:3-4
    2 verzen
    65%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

    4Dan en Nafthali, Gad en Aser.

  • 10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

  • 29En zij noemden den naam der stad Dan, naar den naam huns vaders Dan, die aan Israel geboren was; hoewel de naam dezer stad te voren Lais was.

  • 15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • 7Van de stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.