Numeri 2:14

Statenvertaling (States Bible)

Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 1:14 : 14 Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.
  • Num 7:42 : 42 Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
  • Num 7:47 : 47 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel.
  • Num 10:20 : 20 En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • 14Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • Num 2:5-8
    4 verzen
    78%

    5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

    6Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

    8Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 15Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

  • Num 1:24-25
    2 verzen
    75%

    24Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.

    25Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

  • 14Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.

  • 42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.

  • Num 2:10-13
    4 verzen
    75%

    10De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn; en Elizur, de zoon van Sedeur, zal de overste der zonen van Ruben zijn.

    11Zijn heir nu, en zijn getelden waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

    12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

    13Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

  • 15Van de stam van Gad, Guel, de zoon van Machi.

  • Num 2:20-23
    4 verzen
    74%

    20En nevens hem de stam van Manasse; en Gamaliel, de zoon van Pedazur, zal de overste der zonen van Manasse zijn.

    21Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en dertig duizend en tweehonderd.

    22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

    23Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en dertig duizend en vierhonderd.

  • Num 13:10-11
    2 verzen
    74%

    10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

    11Van de stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.

  • 16En de zonen van Gad: Zifjon en Haggi, Schuni en Ezbon, Eri en Arodi, en Areli.

  • 18De banier des legers van Efraim, naar hun heiren, zal tegen het westen zijn; en Elisama, de zoon van Ammihud, zal de overste der zonen van Efraim zijn.

  • Num 2:25-30
    6 verzen
    73%

    25De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren; en Ahiezer, de zoon van Ammisaddai, zal de overste der zonen van Dan zijn.

    26Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en zestig duizend en zevenhonderd.

    27En nevens hem zal zich legeren de stam van Aser; en Pagiel, de zoon van Ochran, zal de overste der zonen van Aser zijn.

    28Zijn heir nu, en zijn getelden waren een en veertig duizend en vijfhonderd.

    29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

    30Zijn heir nu, en zijn getelden waren drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 32:1-2
    2 verzen
    73%

    1De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.

    2Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, en spraken tot Mozes, en tot Eleazar, den priester, en tot de oversten der vergadering, zeggende:

  • 18Dat zijn de geslachten der zonen van Gad, naar hun getelden: veertig duizend en vijfhonderd.

  • 5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 24En aan den stam van Gad, aan de kinderen van Gad, naar hun huisgezinnen, gaf Mozes,

  • Num 10:22-23
    2 verzen
    71%

    22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

    23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  • 21Toen antwoordden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse, en zij spraken met de hoofden der duizenden van Israel:

  • 15Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende:

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 14Want de stam van de kinderen der Rubenieten, naar het huis hunner vaderen, en de stam van de kinderen der Gadieten, naar het huis hunner vaderen, hebben ontvangen; mitsgaders de halve stam van Manasse heeft zijn erfenis ontvangen.

  • 21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;