Numeri 1:14

Statenvertaling (States Bible)

Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 2:14 : 14 Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.
  • Num 7:42 : 42 Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
  • Num 10:20 : 20 En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • 14Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

  • 42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.

  • 15Van de stam van Gad, Guel, de zoon van Machi.

  • Num 1:8-13
    6 verzen
    73%

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

    12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

    13Van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.

  • 16En de zonen van Gad: Zifjon en Haggi, Schuni en Ezbon, Eri en Arodi, en Areli.

  • Num 13:10-12
    3 verzen
    73%

    10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

    11Van de stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.

    12Van de stam van Dan, Ammiel, de zoon van Gemalli.

  • 72%

    4Dan en Nafthali, Gad en Aser.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

  • Num 1:5-6
    2 verzen
    71%

    5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

    6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • Num 1:24-25
    2 verzen
    71%

    24Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.

    25Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

  • 47En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel.

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

  • 2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

  • Num 26:15-18
    4 verzen
    68%

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

    16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

    17Van Arod het geslacht der Arodieten; van Areli het geslacht der Arelieten.

    18Dat zijn de geslachten der zonen van Gad, naar hun getelden: veertig duizend en vijfhonderd.

  • 11Toen zeide Lea: Er komt een hoop! en zij noemde zijn naam Gad.

  • 18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 7En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.

  • 30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

  • 35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

  • 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 66%

    20Over de kinderen van Efraim was Hosea, de zoon van Azarja; over den halven stam van Manasse was Joel, de zoon van Pedaja;

    21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 26En de zonen van Zilpa, Lea's dienstmaagd: Gad en Aser. Deze zijn de zonen van Jakob, die hem geboren zijn in Paddan-Aram.

  • 20En van Gad zeide hij: Gezegend zij, die aan Gad ruimte maakt! hij woont als een oude leeuw, en verscheurt den arm, ja ook den schedel.

  • 7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • 11De kinderen van Gad nu woonden tegen hen over, in het land van Basan, tot Salcha toe.

  • 9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  • 24En aan den stam van Gad, aan de kinderen van Gad, naar hun huisgezinnen, gaf Mozes,

  • 21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.