Numeri 1:13

Statenvertaling (States Bible)

Van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 7:72 : 72 Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.
  • Num 10:26 : 26 En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.
  • Num 2:27 : 27 En nevens hem zal zich legeren de stam van Aser; en Pagiel, de zoon van Ochran, zal de overste der zonen van Aser zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.

  • Num 2:27-28
    2 verzen
    85%

    27En nevens hem zal zich legeren de stam van Aser; en Pagiel, de zoon van Ochran, zal de overste der zonen van Aser zijn.

    28Zijn heir nu, en zijn getelden waren een en veertig duizend en vijfhonderd.

  • 72Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.

  • 12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • Gen 46:16-17
    2 verzen
    72%

    16En de zonen van Gad: Zifjon en Haggi, Schuni en Ezbon, Eri en Arodi, en Areli.

    17En de zonen van Aser: Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Berija, en Sera, hun zuster; en de zonen van Berija: Heber en Malchiel.

  • 13Van de stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.

  • 71%

    4Dan en Nafthali, Gad en Aser.

  • 70%

    30De kinderen van Aser waren Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Beria, en Sera, hunlieder zuster.

    31De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.

  • Num 34:26-27
    2 verzen
    70%

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

    27En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;

  • Num 1:40-41
    2 verzen
    70%

    40Van de zonen van Aser, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    41Waren hun getelden van den stam van Aser een en veertig duizend en vijfhonderd.

  • Num 1:14-15
    2 verzen
    70%

    14Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

    15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

  • 26En de zonen van Zilpa, Lea's dienstmaagd: Gad en Aser. Deze zijn de zonen van Jakob, die hem geboren zijn in Paddan-Aram.

  • Num 26:44-47
    4 verzen
    69%

    44De zonen van Aser, naar hun geslachten, waren: van Imna het geslacht der Imnaieten; van Isvi het geslacht der Isvieten; van Beria het geslacht der Beriieten.

    45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

    46En de naam der dochter van Aser was Serah.

    47Dat zijn de geslachten der zonen van Aser, naar hun getelden: drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 77En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran.

  • 8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

  • 2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 16Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;

  • 14De kinderen van Manasse waren Asriel, welken de vrouw van Gilead baarde; doch zijn bijwijf, de Syrische, baarde Machir, den vader van Gilead.

  • Num 1:8-10
    3 verzen
    67%

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

  • Num 13:9-10
    2 verzen
    66%

    9Van de stam van Benjamin, Palti, de zoon van Rafu.

    10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

  • 66%

    22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

    23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;

  • 37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

  • 40Deze allen waren kinderen van Aser, hoofden der vaderlijke huizen, uitgelezene kloeke helden, hoofden der vorsten; en zij werden in geslachtsregisters geteld ten heire in den krijg; hun getal was zes en twintig duizend mannen.

  • 5En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.

  • 7Van de stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.

  • 20Over de kinderen van Efraim was Hosea, de zoon van Azarja; over den halven stam van Manasse was Joel, de zoon van Pedaja;

  • 65%

    31Aser verdreef de inwoners van Acco niet, noch de inwoners van Sidon, noch Achlab, noch Achsib, noch Chelba, noch Afik, noch Rechob;

    32Maar de Aserieten woonden in het midden der Kanaanieten, die in het land woonden; want zij verdreven hen niet.

  • 51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

  • 31Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Aser, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 24En van Aser zeide hij: Aser zij gezegend met zonen; hij zij zijn broederen aangenaam, en dope zijn voet in olie.