Numeri 1:8

Statenvertaling (States Bible)

Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 7:18 : 18 Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.
  • Num 10:15 : 15 En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.
  • Num 2:5 : 5 En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 10:15-16
    2 verzen
    87%

    15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

    16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

  • Ex 1:3-4
    2 verzen
    78%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

    4Dan en Nafthali, Gad en Aser.

  • Num 1:6-7
    2 verzen
    77%

    6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

    7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

  • 9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 15Van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

  • Num 34:25-26
    2 verzen
    74%

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  • 18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.

  • Num 1:28-30
    3 verzen
    73%

    28Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 73%

    17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

    18Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

    19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 14Van de stam van Nafthali, Nachbi, de zoon van Wofsi.

  • Num 13:6-8
    3 verzen
    72%

    6Van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne.

    7Van de stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.

    8Van de stam van Efraim, Hosea, de zoon van Nun.

  • 14En de zonen van Zebulon: Sered, en Elon, en Jahleel.

  • 18En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.

  • 1 Kron 2:1-2
    2 verzen
    72%

    1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

    2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 17Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar.

  • 29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

  • 12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 26En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • 26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 1De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.

  • 70%

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

  • 27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

  • 21En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.

  • 13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

  • 26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;