Numeri 10:20

Statenvertaling (States Bible)

En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 1:14 : 14 Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.
  • Num 2:14 : 14 Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.
  • Num 7:42 : 42 Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 14Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • Num 2:12-15
    4 verzen
    86%

    12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

    13Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

    14Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

    15Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

  • Num 10:15-19
    5 verzen
    79%

    15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

    16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

    17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.

    18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

    19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.

  • Num 10:21-28
    8 verzen
    75%

    21Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.

    22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

    23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.

    25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.

    26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.

    27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

    28Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.

  • Num 2:5-7
    3 verzen
    74%

    5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

    6Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

  • Num 13:10-11
    2 verzen
    72%

    10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

    11Van de stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.

  • Num 1:24-25
    2 verzen
    71%

    24Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.

    25Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

  • 5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 47En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel.

  • Num 1:9-10
    2 verzen
    71%

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 10De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn; en Elizur, de zoon van Sedeur, zal de overste der zonen van Ruben zijn.

  • 15Van de stam van Gad, Guel, de zoon van Machi.

  • Num 2:20-21
    2 verzen
    70%

    20En nevens hem de stam van Manasse; en Gamaliel, de zoon van Pedazur, zal de overste der zonen van Manasse zijn.

    21Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en dertig duizend en tweehonderd.

  • Num 2:27-30
    4 verzen
    69%

    27En nevens hem zal zich legeren de stam van Aser; en Pagiel, de zoon van Ochran, zal de overste der zonen van Aser zijn.

    28Zijn heir nu, en zijn getelden waren een en veertig duizend en vijfhonderd.

    29Daartoe de stam van Nafthali; en Ahira, de zoon van Enan, zal de overste der zonen van Nafthali zijn.

    30Zijn heir nu, en zijn getelden waren drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 16En de zonen van Gad: Zifjon en Haggi, Schuni en Ezbon, Eri en Arodi, en Areli.

  • 25De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren; en Ahiezer, de zoon van Ammisaddai, zal de overste der zonen van Dan zijn.

  • 14Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.

  • 18De banier des legers van Efraim, naar hun heiren, zal tegen het westen zijn; en Elisama, de zoon van Ammihud, zal de overste der zonen van Efraim zijn.

  • 21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

  • 20Over de kinderen van Efraim was Hosea, de zoon van Azarja; over den halven stam van Manasse was Joel, de zoon van Pedaja;

  • 32Van de zonen van Jozef: van de zonen van Efraim, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 30De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;