Numeri 26:8

Statenvertaling (States Bible)

En de zonen van Pallu waren Eliab.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 5Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten;

  • 9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 9En de zonen van Eliab waren Nemuel, en Dathan, en Abiram; deze Dathan en Abiram waren de geroepenen der vergadering, die gekijf maakten tegen Mozes en tegen Aaron, in de vergadering van Korach, als zij gekijf tegen den HEERE maakten.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen.

  • 18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 14En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische; dit zijn de huisgezinnen van Simeon.

  • 72%

    26Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

    27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

  • 35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

  • 9En de zonen van Ruben: Hanoch, en Pallu, en Hezron, en Karmi.

  • 9Van de stam van Benjamin, Palti, de zoon van Rafu.

  • 9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  • 3De kinderen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi.

  • 27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • Num 26:37-38
    2 verzen
    71%

    37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.

    38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;

  • 60En aan Aaron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

  • 3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

  • 26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;

  • 8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

  • Num 34:25-26
    2 verzen
    70%

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

    26En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;

  • 7Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig.

  • 16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 5Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 1Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kohath, zoon van Levi, nam tot zich zo Dathan als Abiram, zonen van Eliab, en On, den zoon van Peleth, zonen van Ruben.

  • 28De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.

  • 69%

    21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.

    22De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.

  • 14Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

  • 5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 23De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

  • 26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  • 14Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • 1Aangaande nu de kinderen van Aaron, dit waren hun verdelingen. De zonen van Aaron waren Nadab, en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 40En de zonen van Bela waren Ard en Naaman; van Ard het geslacht der Ardieten; van Naaman het geslacht der Naamieten.

  • 21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 2En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.

  • 17Van Arod het geslacht der Arodieten; van Areli het geslacht der Arelieten.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.