2 Samuël 5:15
En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,
En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
4Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,
5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
6En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
7En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
5Dezen nu zijn hem te Jeruzalem geboren: Simea, en Sobab, en Nathan, en Salomo; deze vier zijn van Bath-Sua, de dochter van Ammiel;
6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
7En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.
16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.
14En dit zijn de namen dergenen, die hem te Jeruzalem geboren zijn: Schammua, en Schobab, en Nathan, en Salomo.
20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.
47De kinderen van Jochdai nu waren Regem, en Jotham, en Gesan, en Pelet, en Efa, en Saaf.
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,
18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.
12Joel was het hoofd; en Safam de tweede; maar Jaenai en Safat bleven in Basan.
13Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michael, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.
14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.
8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
15Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
32En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.
33De kinderen van Jaflet nu waren Pasach, en Bimhal, en Asvath; dit waren de kinderen van Jaflet.
46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;
25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.
2Naho, den vierde, en Rafa, den vijfde.
38De kinderen van Jether nu waren Jefunne, en Pispa, en Ara.
18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
22En Jispan, en Eber, en Eliel,
52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;
4En de vierde, Adonia, de zoon van Haggith; en de vijfde Sefatja, de zoon van Abital;
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,
3De vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, van zijn huisvrouw Egla.
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;
13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.
56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;
15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;
21En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.