Genesis 25:15
Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.
Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.
29Dit zijn hun geboorten: de eerstgeborene van Ismael was Nebajoth, en Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
30Misma en Duma, Massa, Hadad en Thema,
31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.
32De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.
33De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.
12Dit nu zijn de geboorten van Ismael, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.
13En dit zijn de namen der zonen van Ismael, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismael, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
14En Misma, en Duma, en Massa,
16Deze zijn de zonen van Ismael, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.
2En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.
3En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.
4En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.
22En Kina, en Dimona, en Adada,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
22En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuel;
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.
26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
27En Hadoram, en Usal, en Dikla,
28En Obal, en Abimael, en Scheba,
29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
53De vorst Kenaz, de vorst Theman, de vorst Mibzar,
54De vorst Magdiel, de vorst Iram. Dezen waren de vorsten van Edom.
15En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,
52Arab, en Duma, en Esan,
35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.
36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.
37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
23Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;
7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
15Dit zijn de vorsten der zonen van Ezau: de zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Ezau, waren: de vorst Teman, de vorst Omar, de vorst Zefo, de vorst Kenaz.
26Amam, en Sema, en Molada,
27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,
15En Zebadja, en Arad, en Eder,
9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.
19Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet,
2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.
26En dit zijn de zonen van Dison: Hemdan, en Esban, en Ithran, en Cheran.
42De vorst Kenaz, de vorst Teman, de vorst Mibzar,