Genesis 25:14
En Misma, en Duma, en Massa,
En Misma, en Duma, en Massa,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.
29Dit zijn hun geboorten: de eerstgeborene van Ismael was Nebajoth, en Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
30Misma en Duma, Massa, Hadad en Thema,
31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.
15Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.
16Deze zijn de zonen van Ismael, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.
25Sallum was zijn zoon; Mibsam was zijn zoon; Misma was zijn zoon.
26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.
12Dit nu zijn de geboorten van Ismael, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.
13En dit zijn de namen der zonen van Ismael, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismael, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
52Arab, en Duma, en Esan,
26Amam, en Sema, en Molada,
37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
2En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.
3En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.
4En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
22En Kina, en Dimona, en Adada,
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
27En Hadoram, en Usal, en Dikla,
28En Obal, en Abimael, en Scheba,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
7Mesullam, Abia, Mijamin,
23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.
54De vorst Magdiel, de vorst Iram. Dezen waren de vorsten van Edom.
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.