Genesis 10:23

Statenvertaling (States Bible)

En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 1:1 : 1 Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.
  • Jer 25:20 : 20 En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 10:20-22
    3 verzen
    84%

    20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

    22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

  • 83%

    16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

    17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

    18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  • Gen 22:21-22
    2 verzen
    75%

    21Uz, zijn eerstgeborene, en Buz, zijn broeder, en Kemuel, de vader van Aram,

    22En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuel;

  • Gen 10:26-28
    3 verzen
    74%

    26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

    27En Hadoram, en Usal, en Dikla,

    28En Obal, en Abimael, en Scheba,

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • 24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  • 28Dit zijn de zonen van Disan: Uz en Aran.

  • Gen 10:6-7
    2 verzen
    73%

    6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

    7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

  • Gen 10:2-3
    2 verzen
    73%

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

    3En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

  • 72%

    23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

    24Sem, Arfachsad, Selah,

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 13En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

  • 8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

  • 1 Kron 1:4-6
    3 verzen
    71%

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

    6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

  • 42De kinderen van Ezer waren Bilhan, en Zaavan, en Jaakan. De kinderen van Disan waren Uz en Aran.

  • 53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 30En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.

  • 44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.

  • 34En de zonen van Semer waren Ahi en Rohega, Jehubba en Aram.