1 Kronieken 1:23

Statenvertaling (States Bible)

En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 2:11 : 11 De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is.
  • Gen 10:29 : 29 En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.
  • Gen 25:18 : 18 En zij woonden van Havila tot Sur toe, hetwelk tegenover Egypte is, daar gij gaat naar Assur; hij heeft zich nedergeslagen voor het aangezicht van al zijn broederen.
  • 1 Sam 15:7 : 7 Toen sloeg Saul de Amalekieten van Havila af, tot daar gij komt te Sur, dat voor aan Egypte is.
  • 1 Kon 9:28 : 28 En zij kwamen te Ofir, en haalden van daar aan goud, vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot den koning Salomo.
  • 1 Kon 10:11 : 11 Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.
  • 1 Kron 29:4 : 4 Drie duizend talenten gouds, van het goud van Ofir, en zeven duizend talenten gelouterd zilver, om de wanden der huizen te overtrekken;
  • Job 22:24 : 24 Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken;
  • Ps 45:9 : 9 Al Uw klederen zijn mirre, en aloe, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U verblijden.
  • Jes 13:12 : 12 Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 10:25-30
    6 verzen
    93%

    25En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

    26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

    27En Hadoram, en Usal, en Dikla,

    28En Obal, en Abimael, en Scheba,

    29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.

    30En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.

  • 85%

    17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

    18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

    19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.

    20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

    21En Hadoram, en Uzal, en Dikla,

    22En Ebal, en Abimael, en Scheba,

  • 78%

    24Sem, Arfachsad, Selah,

    25Heber, Peleg, Rehu,

  • 76%

    28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.

    29Dit zijn hun geboorten: de eerstgeborene van Ismael was Nebajoth, en Kedar, en Adbeel, en Mibsam,

    30Misma en Duma, Massa, Hadad en Thema,

    31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.

    32De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.

    33De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.

  • 1 Kron 1:4-5
    2 verzen
    76%

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

  • 1 Kron 1:7-9
    3 verzen
    75%

    7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

    8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

    9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

  • 3En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.

  • 7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

  • 21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

  • Gen 10:1-2
    2 verzen
    73%

    1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

  • 23En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.

  • 72%

    35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

    36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.

  • 2En hem werden zeven zonen en drie dochteren geboren.

  • 42De kinderen van Ezer waren Bilhan, en Zaavan, en Jaakan. De kinderen van Disan waren Uz en Aran.

  • 15Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.

  • 18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.

  • 11En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.

  • 53De vorst Kenaz, de vorst Theman, de vorst Mibzar,

  • 10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.