1 Kronieken 1:8

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 10:6-7 : 6 En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan. 7 En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 10:6-8
    3 verzen
    92%

    6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

    7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

    8En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.

  • 83%

    9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

    10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.

    11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

    12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten.

    13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,

  • 18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.

  • 1 Kron 1:3-7
    5 verzen
    79%

    3Henoch, Methusalah, Lamech,

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

    6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

    7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

  • Gen 10:20-23
    4 verzen
    78%

    20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

    22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

    23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  • 77%

    16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

    17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

  • Gen 10:13-15
    3 verzen
    75%

    13En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

    14En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.

    15En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,

  • Gen 10:1-2
    2 verzen
    75%

    1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

  • 10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  • 22En Cham, Kanaans vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen.

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • 73%

    22En Ebal, en Abimael, en Scheba,

    23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

    24Sem, Arfachsad, Selah,

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 25En hij zeide: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!

  • 4En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.

  • 71%

    34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.

    35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

    36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.

    37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  • 23Daarna kwam Israel in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.