Genesis 10:13
En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.
8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.
9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.
10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.
11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten.
13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
14En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
15En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
16En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,
17En de Hivviet, en de Arkiet, en de Siniet,
18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.
21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.
7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
8En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.
16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.
17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.
26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
27En Hadoram, en Usal, en Dikla,
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.
2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.
3Henoch, Methusalah, Lamech,
4Noach, Sem, Cham en Jafeth.
5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.
10En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.
19De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.
24Sem, Arfachsad, Selah,
18En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.
8En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.
31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.
3En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.
10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;
27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.