Genesis 10:2

Statenvertaling (States Bible)

De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezech 38:2 : 2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,
  • Ezech 38:6 : 6 Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.
  • 1 Kron 1:5-7 : 5 De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras. 6 En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma. 7 En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.
  • Jes 66:19 : 19 En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
  • Opb 20:8 : 8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.
  • Ezech 39:1 : 1 Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!
  • Gen 10:21 : 21 Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
  • Ezech 38:15 : 15 Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die altemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig heir;
  • Ezech 27:7 : 7 Fijn linnen met stiksel uit Egypte was uw uitbreidsel, dat het u tot een zeil ware; hemelsblauw en purper, uit de eilanden van Elisa, was uw deksel.
  • Ezech 27:12-14 : 12 Tarsis dreef koophandel met u vanwege de veelheid van allerlei goed; met zilver, ijzer, tin, en lood handelden zij op uw markten. 13 Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u. 14 Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.
  • Ezech 27:19 : 19 Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmus was in uw onderlingen koophandel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 1:4-8
    5 verzen
    96%

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

    6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

    7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

    8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

  • Gen 10:3-7
    5 verzen
    86%

    3En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

    4En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.

    5Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.

    6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

    7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

  • 1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

  • 78%

    16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

    17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

  • Gen 10:20-23
    4 verzen
    76%

    20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

    22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

    23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  • Gen 10:25-32
    8 verzen
    75%

    25En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

    26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

    27En Hadoram, en Usal, en Dikla,

    28En Obal, en Abimael, en Scheba,

    29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.

    30En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.

    31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.

    32Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.

  • 10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  • 23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 27God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!

  • 6Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • 18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.