Genesis 10:3

Statenvertaling (States Bible)

En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jer 51:27 : 27 Verheft de banier in het land, blaast de bazuin onder de heidenen, heiligt de heidenen tegen haar, roept tegen haar bijeen de koninkrijken van Ararat, Minni en Askenaz; bestelt een krijgsoverste tegen haar, brengt paarden opwaarts, als ruige kevers!
  • Ezech 27:14 : 14 Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 1:4-8
    5 verzen
    94%

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

    6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

    7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

    8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

  • Gen 10:1-2
    2 verzen
    86%

    1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

  • 6Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.

  • Gen 10:4-7
    4 verzen
    76%

    4En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.

    5Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.

    6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

    7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.

  • Gen 10:20-23
    4 verzen
    74%

    20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

    22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

    23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  • 74%

    16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

    17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • 10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  • Gen 10:31-32
    2 verzen
    70%

    31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.

    32Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.

  • Gen 10:26-27
    2 verzen
    69%

    26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

    27En Hadoram, en Usal, en Dikla,

  • 29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.

  • 16En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.

  • 3En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!

  • 14Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.

  • 13En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

  • 53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

  • 36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.

  • 11En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

  • 27God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!